EngelsDuits
Op zoek naar een hotel
Zoeken!
 
Pruisische heerschappij in Ostfriesland

Pruisische heerschappij in Ostfriesland

De nu volgende periode van Pruisische heerschappij bracht voor Ostfriesland een aanzienlijke economische opleving, een sterkere positie naar buiten en vele vernieuwingen. In deze tijd valt ook het begin van de veenkolonisatie en de oprichting van de veennederzettingen. Pruisen erkende de zelfstandige positie van Ostfriesland binnen de Pruisische staat en stelde een verregaand autonoom regerende Ostfriese kanselier aan. De eerste kanselier was de boven reeds genoemde, uitermate invloedrijke Sebastian Anton Homfeld uit een Rheiderlandse notabelenfamilie, aan wie volgens de geruchten de vergiftiging van de laatste Ostfriesland vorst moet worden toegeschreven.

Ostfriesland als deel van het Koninkrijk Holland en het Keizerrijk Frankrijk

Na de slacht bij Jena en Auerstedt werd Ostfriesland in het Koninkrijk Holland en daarmee in het Franse machtsgebied opgenomen. In 1810 kwam het als departement “Ems-Orientale” (“Osterems”) direct bij het Franse Keizerrijk. Het westelijke Ostfriesland (Rheiderland) werd op basis van oude aanspraken uit Holland van Ostfriesland afgezonderd en bij het Hollandse departement “Ems-Occidentale” met de hoofdstad Groningen ingedeeld. Frankrijk bracht moderne rechtsideeën naar Ostfriesland en zette de eerste belangrijke stappen naar een omvangrijke ombouw van het oude Ostfriese maatschappelijke systeem. Op order van Napoleon moesten de Ostfriesen in 1811 de tot nu toe onbekende familienamen aannemen en hun bestaande ingewikkelde systeem van patronymische naamsovererving opgeven (dit had pas halverwege de 19e eeuw succes). Er werden ook voor het eerst burgemeesters in de dorpen geïntroduceerd. De Ostfriese dorpsgemeenschappen kenden tot daar aan toe geen centraal bestuurspunt, omdat de verantwoordelijkheid geleidelijk over de ouderlingen, dijkgraven en andere locale notabelen was verdeeld. Bovendien werd de Code Civil ingevoerd. Voor het doorzetten van de gebiedsgrenzen werden bovendien nog talrijke Franse douaneambtenaren in Ostfriesland ingezet (wiens nakomelingen gedeeltelijk nog steeds in Ostfriesland leven). Enkele Ostfriesen werden in deze economisch moeilijke tijd door de smokkel met Engeland rijk.