Nieuwste geschiedenis in Ostfriesland

Nieuwste geschiedenis

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin vooral de haven- en werflocaties Emden en Wilhelmshaven onder heftige bombardementen hadden geleden, kwam Ostfriesland onder Britse bezetting. In Nederland waren er ook overwegingen, enkele gebieden van Duitsland te annexeren. Hierbij dacht men ook aan Ostfriesland. De Nederlanders hadden het in het bijzonder gemunt op de Dollard, de Eemsmonding en Borkum, om de haven van Emden van de zeehandel af te snijden. Deze plannen leden schipbreuk door de tegenstand van de geallieerden.

Sinds 1946 is Ostfriesland een deel van de nieuw opgerichte deelstaat Nedersaksen. In het kader van de Nedersaksische gemeentelijke herindeling in 1972 werden ook in Ostfriesland vele kleine gemeenten met gedeeltelijk maar enkele honderd inwoners tot grotere eenheden samengevoegd. In 1978 werd het district van de deelstaat, Aurich, dat Ostfriesland omvat, met de districten Osnabrück en Oldenburg in het district Weser-Ems samengevoegd. In 2004 werden in het kader van een reorganisatie van het bestuursapparaat alle districten en daarmee ook het district Weser-Ems opgeheven. Voor culturele belangen in Ostfriesland is de “Ostfriesische Landschaft” verantwoordelijk.

Na het einde van de oorlog werden in Ostfriesland duizenden ontheemden uit de toenmalige oostelijke gebieden van het rijk opgenomen. De wederopbouw duurde vooral in Emden erg lang, nog in het begin van de zestiger jaren stonden in de zeehavenstad barakkenwijken, omdat woonruimte nog steeds krap was.

De landbouw verschaftte zienderogen minder mensen werk. Er volgden weliswaar industrievestigingen, deze konden echter bij benadering niet zoveel mensen werk bieden, als noodzakelijk was geweest. Hetzelfde geldt – behalve voor het toerisme – voor de dienstverlenende sector. Ostfriesland heeft daarom sinds tientallen jaren met een relatief hoog werkeloosheidspercentage te kampen.

De belangrijkste industriële vestiging van de regio is de Volkswagenfabriek Emden, die in 1965 de productie startte. Ook de werven in Emden, vooral de Nordseewerke, gaven in de zestiger jaren nog meerdere duizend mensen werk. In Aurich werd in 1984 Enercon opgericht, deze windmolenfabrikant beidt tegenwoordig werk aan ca. 7000 mensen, waarvan ongeveer 2000 bij de hoofdvestiging in Aurich en is hiermee tegenwoordig het op één na de grootste industriële bedrijf van Ostfriesland.

De grootste dienstverlener in Ostfriesland is de Bünting-Gruppe in Leer, een handelsonderneming met ca. 6000 medewerkers, waarvan echter niet alle in Ostfriesland. Sinds ongeveer halverwege de 80er jaren van de 20e eeuw beleefde Leer een boom in de rederijsector, die de stad tot de op één na grootste vestigingsplaats voor de zeerederij van Duitsland (na Hamburg) maakte.