Molens
Ooit bezat ieder dorp minstens één wind- of watermolen: In het jaar 1424 – dit is in de oorkonden genoemd – draaiden de wieken van een molen in Esens zich als eerste in de wind. Rond 1900 bereikte het molenbestand in Ostfriesland met 174 stuks zijn hoogste aantal. Daarvan bestaat bijna de helft nog.
De Auricher stiftsmolen is met 5 etage´s de hoogste van de zich nog werkende molens. Om de wind optimaal te benutten, werd deze, omdat er talrijke huizen omheen staan, twee verdiepingen hoger gebouwd als ergens anders. Evenwel dienen nog maar weinig molens hun oorspronkelijk doel, het malen van het koren of als watermolen voor het ontwateren van vochtgebieden. Bijvoorbeeld in Krummhörn-Greetsiel, Großefehn-Spetzerfehn, Friedburg-Horsten en Zetel-Ruttel zijn nog echte molenaars aan het werk.
Enkele molens zijn omgebouwd als museum. Als ze hun gaande werk niet meer hebben, dienen ze tegenwoordig als galerij, café, herberg en zelfs als trouwlocatie. Voor vakantiegangers is een bezoek aan deze historische bouwwerken een ideale mogelijkheid om land en mensen te leren kennen. Een reis door het windland Ostfriesland is bovendien een goede mogelijkheid, om er en passant een interessante studiereis dwars door de techniekgeschiedenis van deze regio van te maken.
Molen Steenblock in Großefehn-Spetzerfehn
In 1885 brandde ze door een blikseminslag af en werd door de molenbouwer Mönck in de huidige vorm weer opgebouwd.
Watermolen Wynhamsterkolk in Bunde
“Wynhamster Kolk” is de naam van een gebied, dat vroeger eens met 72 ha de grootste “Kolk” (vijver, meer) van het Rheiderland was.
Walmolen in Edewecht-Westerscheps
De gemeente Edewecht, waar de plaats Westerscheps bij hoort, heeft in haar wapen een molen.
Molenensemble in Westoverledingen-Mitling-Mark
Reeds in de 16e eeuw stond aan de Eemsdijk in Mitling-Mark een standerdmolen, waarin koren werd gemalen.
Pelmolen in Wittmund
De in 1986 uit de streekvereniging ontstane belangenvereniging is het gelukt, de molen weer gereed voor gebruik te maken.





