Kerken
De grootste kleinoden van Ostfriesland zijn de Middeleeuwse kerken. Een bijzonderheid hieronder zijn de talrijke Romaanse dorpskerken. Op de geestgronden van ons land kon men zwerfstenen van graniet uit de ijstijd vinden, waaruit “quaders” voor de bouw van de kerken werden geslagen.
In het marsland, dat arm aan stenen was, moest echter tufsteen uit de Eifel met de boot worden geïmporteerd. Maar toen brachten de monniken hun knowhow naar ons land – niet alleen wat het branden van bakstenen betreft. In hun gevolg kwamen kunstenaars van heinde en verre, aan wie wij de vormgeving van onze kerken te danken hebben.
Geen wonder: Bijna ieder dorp wilde nu graag haar eigen kerk, er brak als het ware een “sacrale bouwboom” uit. Deze tijden herinneren echter ook aan de vroomheid, de welstand en de zelfverzekerdheid van de gemeenten. Tegenwoordig noemen we onze kerken ook liefdevol onze “oasen van rust”, en dat zijn ze ook werkelijk.
Kerk in Hinte-Suurhusen
De scheefste toren van de wereld staat niet in Pisa, maar in Suurhusen! Dat is voor iedereen herkenbaar, die via de rondweg het dorp nadert.
Kerk en orgel in Krummhörn-Pilsum
Als kruiskerk met één schip en een kolossale vieringtoren verheft de kerk van Pilsum zich al van verre zichtbaar boven de op de dorpsterp rondom liggende huizen.
St. Florian kerk en orgel in Schortens-Sillenstede
De kerk is de grootste (48 meter lang, 11 m binnen en 19 meter tot aan de bovenkant van de gevel) van de kerkgebouwen in het oostelijke Ostfriesland.
St. Johannes kerk in Bad Zwischenahn
Aan de straat “Am Brink” staat dit godshuis, diens kerkhof tot aan de oever van het Zwischenahner Meer reikt. Zijn oorsprong kan tot het eind van de 12e eeuw worden terugherleid.




