EngelsDuits
Op zoek naar een hotel
Zoeken!
 
Klootschieten op bevroren velden in Ostfriesland

Klootschieten op bevroren velden

Ook bij het klootschieten zijn de “Käkler” en “Mäkler” (vergelijk Boßeln) er weer bij. Deze klootschiet-variant is een veldgevecht, die op bevroren velden plaatsvindt. Een 5,6 dikke, met lood gevulde houten kogel wordt met een snelle beweging van de arm vanaf een afzetplank hoog in de lucht geslingerd. Op de gladde ondergrond biedt een aanloopmat de werper houvast. Een trompet geeft het signaal voor de worp en waarschuwt de toeschouwers; de beste werpers gooien de 475 g zware kogel meer dan 100 meter door de lucht, op de grond rolt deze dan nog 50 tot 80 meter verder.

De traditioneel belangrijkste wedstrijd is de “Klootschießer-Feldkampf” tussen Ostfriesland en Oldenburg, waarbij oude rivaliteit sportief wordt uitgevochten. Maar ook dorpen spelen wedstrijden tegen elkaar; als teken van uitdaging wordt in de dorpskroeg een versierde kloot aan een draad opgehangen. Als de tegenstander de kloot er aftrekt, geldt de wedstrijd als aangenomen, de voorwaarden worden vastgesteld en al enkele uren later kan de wedstrijd beginnen. Vroeger werd “up´t Ünnerst” gegooid, alleen met lange onderbroek en onderhemd gekleed, en hield men zich warm met een borrel.

Het klootschieten evenals Boßeln heef een via oorkonden vastgelegde tradities, die ongeveer 400 tot 500 jaar oud zijn; hoe het is ontstaan weet men echter niet precies. De klootschietbond in Duitsland heeft ongeveer 41.000 leden. Alle landen rond om de Noordzee kennen overigens vergelijkbare sporten.